Zaterdagochtend begeef ik me naar de centrummarkt in Nijmegen. Het belooft een warme dag te worden, dus veel marktbezoekers zijn er al vroeg bij. Eerst de boodschappen in huis halen en koel leggen, en dan naar het terras, lijken de meesten te denken. Toch hangt er een relaxte sfeer. Eenmaal op de markt, heeft niemand haast. Het is er gezellig, gemoedelijk en voordeeltjes zijn overal te halen. De stad gonst weer. Van levendigheid, niet langer van het adagium ‘haal snel het noodzakelijke en ga alleen’.

Een jonge vrouw slentert tussen de kramen door. Op het eerste gezicht weinig doelgericht. Dat blijkt te kloppen. “Heerlijk, om lekker in het zonnetje te kijken wat er allemaal te koop is”, verzucht ze. “Ik heb de markt echt ontdekt tijdens corona. Ik merkte dat ik overvolle supermarkten soms best onprettig begon te vinden en ben toen eens naar de markt gegaan. Dat beviel direct! En toen we zoveel mogelijk binnen moesten blijven, werd boodschappen doen in de buitenlucht een wekelijks feestje!”

Compleet

Op dat feestje zijn de afgelopen weken meer en meer mensen afgekomen. Meer bezoekers, maar ook meer marktkooplui. Stonden er soms maar weinig kramen gedurende corona, van lieverlee komen er weer wat meer. Ooit waren dat trouwens wel 420 kramen, vaak dubbel opgesteld. De centrummarkt was daarmee de grootste markt van Nederland. De marktmeesters hadden toen vaak te maken met kooplieden die geen vaste standplaats hadden en via een loting meedongen naar een vrijgekomen plek die dag.

De centrummarkt telt op dit moment ongeveer 75 kramen (Kelfkensbos, Burchtstraat, Grote Markt), maar dat maakt de markt niet minder compleet. En dat weten de klanten ook. Het is nog altijd zeer de moeite waard om er met een kraam te staan, aldus verschillende marktkooplieden. In een van de volgende edities van ‘Hallo! Nijmegen’ duiken we in het verleden van de Nijmeegse centrummarkt en zullen we de ‘oude garde’ spreken: zowel marktlieden als bezoekers van het eerste uur.

Kwaliteit en onbespoten

Ik ga even op een muurtje zitten observeren. De jonge vrouw zie ik weer lopen. Inmiddels heeft ze een plant gekocht. Het is druk bij de kraam met bloemen, sierplanten en groente- en kruidenplantjes. Sinds in 2015 een grote supermarktketen haar moestuintjesactie lanceerde, heeft iedereen wel eens een poging gewaagd groente, fruit of kruiden te oogsten, niet alleen kinderen, maar ook diegenen zonder groene vingers. Eigenlijk is de rage nooit meer helemaal voorbij gegaan en wachten de meeste mensen niet langer op de jaarlijks terugkerende moestuintjesactie, maar gaan zelf ieder voorjaar op zoek naar zaden en plantjes. En waar kun je die nou beter halen dan op de markt? Kwaliteit gegarandeerd en onbespoten bovendien. Dat moet je elders nog maar afwachten.

Van de markt naar eigen tuin

Een jongetje van rond zes jaar is in een hevige discussie met zijn moeder verwikkeld. Hij probeert haar ervan te overtuigen dat hij toch echt kaneel basilicum nodig heeft in zijn tuintje. Wellicht heeft hij het beeld van een kaneelstok in zijn hoofd, wie zal het zeggen. Maar hoe dan ook: wie had ooit kunnen bedenken dat kinderen met hun ouders in discussie gaan voor méér groenten en kruiden, in plaats van minder. En zeg nu zelf: het maakt toch helemaal niet uit dat je met liefde verzorgde komkommerplant een kromme vrucht geeft, of dat je paprika een iets afwijkende kleur heeft. Je eet ze op en ze smaken misschien nog wel lekkerder dan ooit, want ze zijn de beloning van je verzorging.

Hoe rijper, hoe lekkerder!

Wanneer je zelf iets kweekt, gooi je het minder makkelijk weg, dat zou verspilde tijd en moeite zijn. Zelf kweken is daarom niet alleen leuk, het zorgt ook voor een zekere ecologische bewustwording. Op de markt is sowieso geen sprake van verspilling. Als de markt op zijn einde loopt, komt een nieuwe groep mensen. Ze zijn onder andere op jacht naar fruit dat niet meer verkocht kan worden. Iemand heeft geluk: voor 5 euro mag diegene wel drie kilo vijgen meenemen. “Daar maak ik jam van! Mij maakt het dus niets uit of sommige vijgen wat gekwetst zijn. Hoe rijper, hoe lekkerder!”

Bij de ‘wortel’ aanpakken

Oftewel: ‘Prendre le problème à la racine’. In Frankrijk is het sinds 2015 bij wet verboden om eetbaar voedsel weg te gooien. Het moet worden gedoneerd aan goede doelen, of worden verwerkt tot compost of veevoer. Op overtredingen staan flinke straffen, tot gevangenisstraf aan toe! Supermarkten met een oppervlakte van meer dan 400 vierkante meter, moeten een samenwerkingsverband aangaan met een goed doel, om een soepele afvoer van het voedsel te garanderen. Daarmee pak je een probleem natuurlijk goed aan, maar op de markt gaat dit als vanzelf. Hier zijn geen wetten nodig, een complete ‘scene’ van liefhebbers van zelfgemaakte producten zorgt voor die allerlaatste afvoer, vóórdat Kelfkensbos en de Burchtstraat weer helemaal leeg zijn.